Voor het opslaan van warmte en/of koude kan gebruik worden gemaakt
van de bodem. De temperatuur van de ondiepe bodem (tot 300 meter diepte) wordt
in Nederland in hoofdzaak bepaald door het klimaat boven de grond. Met iedere
100mtr neemt de temperatuur door het magma in de aardkern toe met ±3°C. De gemiddelde temperatuur van de bodem en het
daarin aanwezige grondwater (25±35 vol.%) bedraagt ongeveer 11°C ± 12°C tot een diepte van ± 70mtr.
In een open bodemsysteem fungeert het grondwater als energiedragend
medium voor het laden en ontladen van de thermische energie in de bodem. Het
grondwater geeft haar energie aan de grond af. Het warmtetransport is
hoofdzakelijk convectief. Het grote warmtewisselend oppervlak
van het grondwater naar de vaste bodem en de energieaccumulatie in het
grondwater maken het systeem zeer efficiënt.
Het grondwater van 11 oC is
geschikt als koel- en verwarmingsmedium voor
klimaatinstallaties en productieprocessen. In het verleden werd het onttrokken
grondwater na gebruik op het oppervlaktewater geloosd. Om bodemuitdroging in
Nederland te voorkomen is dit niet langer toegestaan. Opgewarmd koelwater of
afgekoeld verwarmingswater dient in de bodem teruggebracht te worden. Een
energetische balans in de bodem wordt door de overheid geëist in het kader van
de uitvoering van het vergunningstelsel onder de Grondwaterwet voor systemen
met een capaciteit van >10m3/uur. De precieze grenzen liggen per
Provincie verschillend.
Door nu warmte in de ene en koude in de andere bron op te slaan,
ontstaan ‘koude’ en ‘warme’ bronnen, in temperatuur variërend respectievelijk van 6-8°C en 16-18°C.
Dergelijke temperaturen zijn direct bruikbaar voor het vóórkoelen
of – verwarmen van de lucht, zonder dat er enige andere energie aan te pas komt
dan die de pompen gebruiken om het water over de batterijen en warmtewisselaars
te pompen met het juiste debiet. Rendementen van 2 – 4000% t.o.v. de gebruikte primaire energie zijn zo mogelijk.
Het geïnjecteerde warme water kan ook aangewend worden voor een
warmtepompsysteem. Door de hoge brontemperatuur wordt het rendement exponentieel
verhoogd. Bij
aansluiting op een koude bron in de koelmodus geldt hetzelfde wanneer er behoefte
is aan actief koelen indien het vermogen dat men bij passief koelen kan afgeven
niet meer voldoende is.